ECLI:NL:HR:2001:ZD2873
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak van medeplegen invoer cocaïne
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die in hoger beroep door het Hof Amsterdam veroordeeld werd tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van ongeveer 8897 gram cocaïne in Nederland. Het hof had de verdachte vrijgesproken van een primair tenlastegelegd feit, maar veroordeeld voor medeplegen van het handelen in strijd met het verbod van artikel 2, eerste lid onder A, van de Opiumwet.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had bewezen verklaard dat de cocaïne binnen Nederland was gebracht. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het vliegtuig met vluchtnummer KL744, dat op 14 juni 1999 op Schiphol arriveerde, uit het buitenland afkomstig was, hetgeen een feit van algemene bekendheid is. Het hof had het bewijs mede gebaseerd op het proces-verbaal van de Douane.
De Hoge Raad vond geen grond om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van invoer van cocaïne in stand. Het arrest werd gewezen door de vice-president Bleichrodt en raadsheren Koster en Balkema op 26 juni 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf blijft in stand.