ECLI:NL:HR:2001:ZD2737
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid oproeping verdachte zonder bekend buitenlands adres
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die in hoger beroep was veroordeeld voor diefstal met geweld en medeplegen van een overtreding van de Opiumwet. De verdachte was vertrokken naar Curaçao zonder een bekend buitenlands adres op te geven. Het hof had de oproeping voor de terechtzitting van 27 oktober 1998 rechtsgeldig verklaard en het verzoek tot aanhouding van de zaak afgewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de oproeping rechtsgeldig was. Uit de stukken blijkt dat de gemeente waar de verdachte woonde bij vertrek naar Curaçao geen nadere adresgegevens had ontvangen. De Hoge Raad bevestigt dat navraag bij de Nederlandse gemeente voldoende is om te bepalen of een buitenlands adres bekend is, conform art. 588 Sv Pro en eerdere jurisprudentie.
Verder stelt de Hoge Raad dat de verdachte redelijkerwijs maatregelen had moeten nemen om bereikbaar te zijn, bijvoorbeeld via zijn raadsman, en dat het belang van voortvarende procesvoering zwaarder woog dan het belang van de verdachte om in persoon aanwezig te zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling en rechtsgeldige oproeping van de verdachte.