ECLI:NL:HR:2001:ZD2496
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen beschikking inzake beslag op poststukken
Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank Utrecht die haar beklag over beslag op poststukken ongegrond verklaarde. De poststukken waren in beslag genomen in een strafzaak tegen een andere partij wegens verdenking van overtreding van artikel 326 Sr Pro. Klaagster voerde onder meer aan dat zij als belanghebbende moest worden aangemerkt en dat haar de kennisneming van processtukken was onthouden.
De Hoge Raad oordeelt dat klachten over het onthouden van kennisneming van stukken niet voor het eerst in cassatie kunnen worden ingebracht. Tevens is beslissend wat de rechter in zijn beschikking heeft vastgesteld, ook als dit afwijkt van het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer. De rechtbank heeft klaagster als belanghebbende aangemerkt maar vond dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de poststukken aan haar waren gericht.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat op grond van artikel 94 Sv Pro alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen vatbaar zijn voor beslag, ook als de zaak tegen een ander dan klaagster loopt. De rechtbank heeft dit oordeel voldoende gemotiveerd. Geen van de middelen leidt tot cassatie, zodat het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beklag over het beslag op poststukken wordt ongegrond verklaard.