ECLI:NL:HR:2001:ZC3685
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid van valselijke aangifte wegens feitelijke aanranding en schadevergoeding
De man heeft de vrouw gedagvaard wegens het valselijk doen van aangifte van feitelijke aanranding, wat volgens hem onrechtmatig jegens hem was. De rechtbank wees de vordering af, en het Gerechtshof te 's-Gravenhage bekrachtigde dit vonnis. De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De vrouw verscheen niet in cassatie, waardoor verstek tegen haar werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen en de man te veroordelen in de kosten, maar deze kosten werden aan de zijde van de vrouw op nihil begroot.
De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat het valselijk doen van aangifte door de vrouw jegens de man onrechtmatig was. De vrouw werd veroordeeld tot vergoeding van de door de man geleden schade en de proceskosten.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de onrechtmatigheid van de valselijke aangifte met veroordeling tot schadevergoeding.