ECLI:NL:HR:2001:ZC3653
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Nietigheid afkoop pensioenrechten weduwe na overlijden deelnemer
In deze zaak vordert de weduwe van een overleden werknemer betaling van een weduwepensioen en stelt zij dat de afkoop van de pensioenrechten van haar overleden echtgenoot nietig is. De werknemer was directeur bij de eiseres en zijn dienstverband eindigde in 1974. Er was een pensioenregeling toegezegd, maar de eiseres betwistte het recht op pensioen vanwege een wachttijdclausule en stelde dat de pensioenrechten waren afgekocht.
De rechtbank oordeelde dat de wachttijdclausule achterhaald was en veroordeelde de eiseres tot betaling van het weduwepensioen. De eiseres stelde beroep in cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad bevestigde dat de wachttijdclausule door partijen was komen te vervallen en dat een afkoop van pensioenrechten die in strijd is met de Pensioen- en spaarfondsenwet nietig is.
Belangrijk is dat de Hoge Raad oordeelde dat niet alleen de deelnemer zelf, maar ook diens weduwe zich op de nietigheidsgrond kan beroepen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de eiseres in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiseres wordt veroordeeld tot betaling van het weduwepensioen en de proceskosten.