ECLI:NL:HR:2001:AD7141
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt handhaving aanslag inkomstenbelasting 1993 ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd van nihil, met verrekening van voorheffingen. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De klacht van belanghebbende was dat het Hof ten onrechte de uitspraak van de Inspecteur had bevestigd, terwijl volgens hem het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht faalt. De handhaving van de aanslag van nihil betekent slechts dat het bedrag van de verschuldigde belasting vaststaat, maar niet dat het belastbare inkomen over 1993 definitief is vastgesteld.
De Hoge Raad verduidelijkte dat de hoogte van het belastbare inkomen nog kan worden betwist via bezwaar tegen beschikkingen op grond van de Wet op de vermogensbelasting 1964 of de Wet op de inkomstenbelasting 1964, bijvoorbeeld in verband met verliescompensatie. De Hoge Raad zag geen reden om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1993 van nihil blijft gehandhaafd.