ECLI:NL:HR:2001:AD5967
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsaanvraag wegens ontbreken nieuw feitelijk novum
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met minderjarige kinderen en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Tegen dit vonnis werd een herzieningsaanvraag ingediend op grond van nieuw psychologisch onderzoek dat zou aantonen dat de aanvrager een hoge interrogatieve suggestibiliteit heeft, wat de betrouwbaarheid van zijn bekentenis zou ondermijnen.
De Hoge Raad toetste de aanvraag aan artikel 457 Sv Pro, dat vereist dat een herzieningsgrond een nieuw feitelijk novum moet betreffen dat niet bekend was bij de oorspronkelijke rechter en dat, indien bekend, tot vrijspraak zou hebben geleid. Het psychologisch rapport werd beoordeeld als een mening of deskundigenoordeel en niet als een nieuw feitelijk gegeven.
Daarom concludeerde de Advocaat-Generaal tot niet-ontvankelijkheid van de aanvraag, hetgeen de Hoge Raad volgde. De herzieningsaanvraag werd afgewezen omdat geen nieuwe feitelijke omstandigheid was aangevoerd die het vonnis zou kunnen doen herzien.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een nieuw feitelijk novum.