ECLI:NL:HR:2001:AD5458
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens ontoerekeningsvatbaarheid na psychiatrisch rapport
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Breda van 29 juni 1998, waarbij de verdachte werd veroordeeld voor vernieling en bedreiging met een misdrijf tegen het leven. De aanvraag is gebaseerd op een psychiatrisch rapport van 5 augustus 1998, waarin wordt geconcludeerd dat de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde feit leed aan een paranoïde psychose en als volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.
De Hoge Raad overweegt dat het psychiatrisch rapport de rechter bij het oorspronkelijke vonnis niet bekend was, omdat het vonnis werd gewezen voordat het rapport was uitgebracht. Het rapport wekt echter het ernstige vermoeden dat, indien het bekend was geweest, dit tot ontslag van rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid zou hebben geleid.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt zo nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor herbehandeling en afdoening conform artikel 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.