ECLI:NL:HR:2001:AD5440
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij poging tot diefstal
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een onherroepelijk vonnis van de Politierechter Rotterdam, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor poging tot diefstal op 28 oktober 1999. De aanvraag berustte op de stelling dat niet de aanvrager, maar een ander de poging tot diefstal had gepleegd en dat deze ander bij aanhouding de personalia van de aanvrager had opgegeven.
Ter onderbouwing werd een verklaring overgelegd van een directeur van het bedrijf waar de aanvrager die dag werkte, die bevestigde dat de aanvrager op het moment van het delict op zijn werk was. Verder stelde de politie na onderzoek vast dat de persoon die op 28 oktober 1999 was aangehouden niet de aanvrager was, maar een andere man met een ander postuur en uiterlijk.
De Hoge Raad concludeerde dat er sprake was van een ernstige aanwijzing van persoonsverwisseling, een omstandigheid als bedoeld in art. 457 Sv Pro, waardoor de aanvrager waarschijnlijk onterecht was veroordeeld. Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond, schorste zonodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof.