ECLI:NL:PHR:2001:AD5440
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens identiteitverwarring bij poging tot inbraak in café
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld voor poging tot diefstal met braak in een café, maar stelde dat een andere persoon zich had uitgegeven voor hem bij de aanhouding. Uit nader onderzoek bleek dat de aangehouden persoon een ander was dan de aanvrager, onder meer vanwege verschillen in lichaamslengte, postuur en handtekeningen.
De Hoge Raad overwoog dat als vaststaat dat de aanvrager niet de persoon is die op heterdaad werd betrapt, het niet denkbaar is dat het tenlastegelegde bewezen kan worden. Dit vormt een omstandigheid als bedoeld in art. 457 lid 1 onder Pro 2o Sv, die een herziening rechtvaardigt.
Hoewel in eerdere zaken de Hoge Raad soms zelf een einduitspraak deed wegens doelmatigheid, is in dit geval vrijspraak passend omdat het bewijs tegen de aanvrager ontbreekt. De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en spreekt de aanvrager vrij van het tenlastegelegde.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en spreekt de aanvrager vrij van het tenlastegelegde.