ECLI:NL:HR:2001:AD5031
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van uitgaven voor voeding en voedingssupplementen als kosten in inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar werd deze aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van een bepaald bedrag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of uitgaven voor voeding en voedingssupplementen, bedoeld om lichamelijke kracht en gezondheid op peil te houden, aftrekbare kosten zijn in de zin van artikel 35 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Hoge Raad overwoog dat deze uitgaven een zodanig persoonlijk karakter dragen dat zij niet als aftrekbare kosten kunnen worden aangemerkt, ook niet als er bijzondere eisen aan de voeding worden gesteld vanwege de te verrichten prestaties.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de beslissing van het Hof en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat er geen aanleiding was tot veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat uitgaven voor voeding en voedingssupplementen niet aftrekbaar zijn als kosten.