ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7640
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Kosten voor extra voeding en voedingssupplementen niet aftrekbaar als beroepskosten bij topsportster
Belanghebbende, een topsportster en administratief medewerkster, voerde kosten voor extra voeding en voedingssupplementen op als beroepskosten in haar aangifte inkomstenbelasting over 1994. Deze kosten betroffen een dieet samengesteld door een diëtiste ter ondersteuning van haar sportprestaties. Verweerder (de Belastingdienst) wees deze kosten af op grond van artikel 36, lid 1, onderdeel e, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waarin een aftrekbeperking is opgenomen.
Het geschil betrof de vraag of deze kosten in mindering mochten worden gebracht op de inkomsten uit werkzaamheden die niet in dienstbetrekking waren verricht. Het Hof oordeelde dat hoewel de kosten niet vergelijkbaar zijn met zakenlunches en -diners, de aftrekbeperking zich uitstrekt tot alle voedselkosten, ongeacht de omstandigheden van consumptie. Jurisprudentie die in andere gevallen een uitzondering toestond, was hier niet van toepassing omdat de voeding werd geconsumeerd en niet als cursus- of presentatiemateriaal werd gebruikt.
Het Hof verwees naar eerdere uitspraken en de parlementaire geschiedenis, en stelde dat de kosten ook niet aftrekbaar zijn als zij boven de persoonlijke levenssfeer uitgaan. De conclusie was dat de kosten voor extra voeding en voedingssupplementen, ook al zijn ze noodzakelijk voor sportprestaties, niet als beroepskosten aftrekbaar zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De kosten voor extra voeding en voedingssupplementen zijn niet aftrekbaar als beroepskosten en het beroep wordt ongegrond verklaard.