ECLI:NL:HR:2001:AD4699
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over liquidatieverlies en deelnemingsvrijstelling in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor 1997 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd gehandhaafd door de Inspecteur. Het Hof Amsterdam verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de Inspecteur-uitspraak en stelde het belastbaar bedrag aanzienlijk lager vast. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de omvang van het liquidatieverlies bij belanghebbende, in het bijzonder of het opgeofferde bedrag moest worden verhoogd met een bedrag dat eerder bij de winst was geteld op grond van artikel 13b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het Hof had geoordeeld dat deze winstbijtelling ook bij een tweede bezitsperiode van dezelfde deelneming in aanmerking moest worden genomen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof deze uitleg niet kon aanvaarden. Volgens de Hoge Raad moet de bijtelling per afzonderlijke deelneming worden bezien en is het niet juist om het bedrag bij een tweede bezitsperiode mee te nemen. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur niettemin en handhaafde de aanslag zoals die na ambtshalve vermindering was vastgesteld.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 19 oktober 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en handhaaft de aanslag vennootschapsbelasting na ambtshalve vermindering.