ECLI:NL:HR:2001:AD4313
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt betalingsverplichting aan slachtoffers wegens niet-toepasselijkheid art. 36f Sr
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor ontuchtige handelingen met minderjarigen. Het hof sprak hem vrij van enkele tenlasteleggingen, maar veroordeelde hem voor andere feiten tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid. Tevens legde het hof een betalingsverplichting aan de Staat op ten behoeve van de slachtoffers, met een subsidiaire hechtenis bij niet-betaling, gebaseerd op art. 36f Sr.
De verdachte stelde cassatie in tegen dit deel van het vonnis. De Hoge Raad oordeelde dat art. 36f Sr niet van toepassing is op feiten die vóór de inwerkingtreding van deze bepaling zijn gepleegd, zoals in deze zaak het geval was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest waarin de betalingsverplichting werd opgelegd.
De overige onderdelen van het arrest, waaronder de strafoplegging en vrijspraak, werden door de Hoge Raad bevestigd. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd de betalingsverplichting aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers opgeheven, maar bleef de rest van het vonnis in stand.
Uitkomst: Betalingsverplichting aan de Staat ten behoeve van slachtoffers op grond van art. 36f Sr vernietigd wegens niet-toepasselijkheid, overige veroordeling bevestigd.