ECLI:NL:HR:2001:AD3569
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijf en gezamenlijke huishouding bij toekenning Algemene bijstandswet
Belanghebbende verzocht om een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw), welke werd afgewezen door burgemeester en wethouders (B en W). Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep werd het besluit van B en W vernietigd en werd hen opgedragen een nieuw besluit te nemen.
B en W stelden cassatieberoep in tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende en C een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij de Centrale Raad oordeelde dat C zijn hoofdverblijf niet in dezelfde woning had als belanghebbende, omdat hij elders een appartement huurde en daar zijn eigen huishouding voerde.
De Hoge Raad bevestigde dat de feitelijke woonsituatie doorslaggevend is voor het bepalen van het hoofdverblijf zoals bedoeld in artikel 3 van Pro de Abw. Het cassatieberoep werd verworpen omdat de Centrale Raad de juiste maatstaf had toegepast en de motiveringsklacht faalde. Tevens werd B en W veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van burgemeester en wethouders wordt ongegrond verklaard en zij worden veroordeeld in de proceskosten.