ECLI:NL:HR:2001:AB3287

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03090/00
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 95 RO
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart zich onbevoegd in cassatieberoep na afstand doen van inbeslaggenomen hennep

In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch de verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging na vernietiging van het vonnis van de Politierechter. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar stelde geen middelen van cassatie voor.

Tijdens de procedure deed de verdachte ter terechtzitting van het Hof afstand van de inbeslaggenomen hennepplanten. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep alleen kan worden gericht tegen handelingen en beslissingen van de rechter, en dat geen wetsbepaling de Hoge Raad bevoegdheid geeft om kennis te nemen van een beroep tegen een verklaring van de verdachte.

Daarom verklaarde de Hoge Raad zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep in cassatie. Dit arrest bevestigt de grenzen van de cassatierechterlijke bevoegdheid en verduidelijkt dat afstand doen van inbeslaggenomen voorwerpen geen cassatieberoep kan rechtvaardigen.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het cassatieberoep wegens gebrek aan rechterlijke beslissing.

Uitspraak

25 september 2001
Strafkamer
nr. 03090/00
ACH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 augustus 2000, nummer 20/000056-00, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Breda van 14 september 1999 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep.
3. Beoordeling van de bevoegdheid van de Hoge Raad
3.1.1. Een door de griffier van het Gerechtshof opgemaakte akte houdt in dat de verdachte ter griffie van het Hof is verschenen en aldaar heeft verklaard
"in cassatie te komen van het feit dat ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2000 afstand is gedaan van 5 hennepplanten [...]."
3.1.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 14 augustus 2000 houdt als verklaring van de verdachte, voorzover hier van belang, in:
"Ik doe afstand van de inbeslaggenomen hennep."
3.2. Volgens art. 95 RO Pro kan het beroep in cassatie alleen gericht zijn tegen handelingen en beslissingen van de rechter. Geen wetsbepaling geeft aan de Hoge Raad de bevoegdheid kennis te nemen van een cassatieberoep tegen een verklaring van de verdachte waarbij deze afstand heeft gedaan van inbeslaggenomen voorwerpen.
4.Beslissing
De Hoge Raad verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 25 september 2001.