ECLI:NL:PHR:2001:AB3287

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03090/00
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 430 SvArt. 429 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen vrijspraak in hennepplantenzaken

Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch sprak verzoeker vrij van het tenlastegelegde bezit van hennepplanten. Verzoeker stelde cassatie in tegen deze vrijspraak, maar diende geen inhoudelijke middelen in. De Hoge Raad oordeelde dat cassatieberoep tegen een vrijspraak in principe niet is toegelaten, tenzij sprake is van een verkeerde uitleg van de tenlastelegging, wat hier niet het geval was.

Daarnaast stelde verzoeker zich op het standpunt dat hij in cassatie wilde komen tegen de vermelding dat hij ter terechtzitting afstand had gedaan van vijf hennepplanten. De Hoge Raad stelde vast dat deze mededeling geen beslissing van de rechter betreft en daarom niet vatbaar is voor cassatie. Tevens ontbrak het verzoeker aan een duidelijke en nauwkeurige omschrijving van de vermeende onjuistheid in de rechtstoepassing.

De Hoge Raad concludeerde dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep. Tevens wees de Hoge Raad erop dat de proces-verbaal van de terechtzitting als juist moet worden aangenomen, waardoor de afstand van de hennepplanten als feitelijk juist geldt en geen verdere beslissing behoeft. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in cassatie.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de vrijspraak.

Conclusie

Nr. 03090/00
Mr Wortel
Zitting: 12 juni 2001
Conclusie inzake:
[Verdachte=verzoeker]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft verzoeker vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.
2. Tegen die uitspraak heeft verzoeker cassatie ingesteld; middelen zijn door of namens hem evenwel niet ingediend. Als cassatiemiddel kan om na te melden reden niet worden aangemerkt de aantekening op de van het instellen van cassatie opgemaakte akte dat verzoeker
"verklaarde in cassatie te komen van het feit dat ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2000 afstand is gedaan van 5 hennepplanten onder rolnummer 20.000056.00 door dit Hof gewezen in de zaak tegen [verdachte] voornoemd".
3. Verzoeker zal in dit cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Art. 430 Sv Pro houdt namelijk in dat cassatieberoep tegen een vrijspraak niet is toegelaten. Daarop is in de rechtspraak een uitzondering gemaakt voor de gevallen waarin - kort gezegd - de vrijspraak berust op een verkeerde uitleg van de tenlastelegging, zodat is vrijgesproken van iets anders dan de verdachte werd verweten, maar die uitzonderlijke situatie is hier niet aan de orde.
4. Aldus ten overvloede merk ik op dat, nog afgezien van de zo-even genoemde wettelijke beperking, cassatieberoep alleen gericht kan zijn tegen uitspraken (vonnissen of arresten) of beschikkingen (beslissingen die niet op de openbare terechtzitting zijn uitgesproken). Weliswaar kan een cassatieberoep worden beperkt tot een gedeelte van een vonnis of arrest (art. 429 Sv Pro), doch ook een beperkt cassatieberoep zal gericht moeten zijn tegen een beslissing van de rechter die in de uitspraak is vermeld.
5. Blijkens de hierboven weergegeven aantekening op de cassatie-akte wenst verzoeker op te komen tegen de omstandigheid dat hij ter terechtzitting afstand heeft gedaan van de onder hem inbeslaggenomen 5 hennepplanten. Dat is een mededeling omtrent een gebeurtenis ter terechtzitting, en geen in het arrest opgenomen beslissing. Ook daarom zou verzoeker in dit cassatieberoep niet ontvangen kunnen worden.
6. Tenslotte heeft verzoeker niet duidelijk gemaakt wat er mis is aan de vermelding dat hij afstand van de hennepplanten heeft gedaan. Van degene die cassatie instelt moet worden verlangd dat hij zo nauwkeurig mogelijk omschrijft in welk opzicht de rechter het recht onjuist heeft toegepast of essentiële vormvoorschriften niet heeft nageleefd. Dat is in de aantekening op de cassatie-akte niet te vinden. Daarom is die aantekening geen cassatiemiddel.
7. Verzoeker zij er op gewezen dat, wellicht behoudens zeer klemmende aanwijzingen voor het tegendeel, aangenomen moet worden dat in het proces-verbaal van de terechtzitting op juiste wijze is beschreven wat er op de zitting is gebeurd. De vermelding dat verzoeker ter terechtzitting afstand deed van de hennepplanten valt in beginsel niet te betwisten. Nu verzoeker afstand van die planten heeft gedaan, was het Hof ook niet gehouden daaromtrent een beslissing te nemen.
8. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in dit cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,