ECLI:NL:HR:2001:AB2924
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing bij verplaatsing feitelijke leiding en afzien pensioenrechten
Belanghebbende, een vennootschap opgericht in de Nederlandse Antillen met een aandeelhouder woonachtig in Nederland, verplaatste in 1994 haar feitelijke leiding naar de Nederlandse Antillen. Kort daarna deed de aandeelhouder afstand van zijn pensioenrechten. De Inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op, die na bezwaar werd verminderd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de Inspecteurs uitspraak en stelde de aanslag lager vast, rekening houdend met het fiscale voordeel van het afzien van pensioenrechten.
De Hoge Raad oordeelde dat het afzien van pensioenrechten en de verplaatsing van de feitelijke leiding onderdeel waren van een samenhangend geheel van rechtshandelingen gericht op belastingontwijking. Daarom moest bij de waardering van de pensioenverplichting op het moment van verplaatsing rekening worden gehouden met de verwachting dat de aandeelhouder zou afzien van zijn rechten, met een kans van 10% dat dit niet zou gebeuren.
De Hoge Raad bevestigde dat het voordeel van het vervallen van pensioenrechten, ook al is het veroorzaakt door de verhouding tussen vennootschap en aandeelhouder, in de winst van de vennootschap moet worden betrokken. Dit voordeel valt onder artikel 16 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en is toerekenbaar aan de periode vóór de verplaatsing van de feitelijke leiding. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.