ECLI:NL:HR:2001:AB2683

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36606
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt handhaving naheffingsaanslag omzetbelasting na bezwaar en beroep

Belanghebbende kreeg over maart 1998 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van ƒ 177.846 zonder verhoging. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad met een middel van cassatie.

De Hoge Raad beoordeelde het middel en concludeerde dat het niet tot cassatie kon leiden. Volgens artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet nodig omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee bleef de naheffingsaanslag en de uitspraak van het hof ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 36.606
13 juli 2001
JV
gewezen op het beroep in cassatie van D h/o X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2000, nr. P98/05308, betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is over het tijdvak maart 1998 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van ƒ 177.846 aan enkelvoudige belasting, zonder verhoging, welke aanslag na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel van cassatie voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2001