ECLI:NL:HR:2001:AB1102
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat woonplaats directeur arbeidsplaats chauffeur is voor loonbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over het tijdvak januari tot en met september 1998. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag vernietigd omdat het hof oordeelde dat de woonplaats van de directeur niet als arbeidsplaats van de chauffeur kon gelden. De chauffeur begon zijn werkzaamheden immers al bij zijn eigen woning.
De Hoge Raad stelt dat de kern van de werkzaamheden van de chauffeur bestaat uit het besturen van de auto die aan de directeur ter beschikking is gesteld, en dat deze werkzaamheden aanvang nemen bij de woning van de directeur. De tijd die de chauffeur besteedt aan reizen tussen zijn eigen woning en die van de directeur behoort volgens de arbeidsvoorwaarden tot de arbeidstijd, maar vormt geen zelfstandige arbeidsplaats.
Daarom moet de woning van de directeur worden aangemerkt als de plaats van waaruit de chauffeur zijn arbeid verricht. De reizen tussen de woning van de chauffeur en de woning van de directeur zijn woon-werkverkeer waarop het reiskostenforfait van toepassing is. De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris gegrond, vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de woning van de directeur de arbeidsplaats is van de chauffeur en dat de reizen tussen de woning van de chauffeur en die van de directeur woon-werkverkeer zijn.