ECLI:NL:HR:2001:AB1008
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- A. Hammerstein
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van grensformaliteiten bij naheffingsaanslag verbruiksbelasting alcoholvrije dranken
Belanghebbende, exploitant van supermarkten, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd wegens niet betaalde verbruiksbelasting over alcoholvrije dranken uit andere EU-lidstaten in de periode 1993-1995. De Inspecteur handhaafde de aanslag met een verhoging van 100%, waarvan deels kwijtschelding werd verleend.
Het Hof vernietigde het besluit over de verhoging en kende volledige kwijtschelding toe, maar bevestigde de aanslag zelf. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 3, lid 3, Accijnsrichtlijn en de vraag of de opgelegde verplichtingen als grensformaliteiten gelden die verboden zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de opgelegde formaliteiten niet direct samenhangen met het overschrijden van de grens, maar gericht zijn op gelijke belastingdruk binnen het nationale economische verkeer. De bepalingen van de Accijnsrichtlijn en Zesde richtlijn zijn bedoeld om grensformaliteiten te voorkomen, niet om materiële belastingschulden te verbieden. Het cassatieberoep werd verworpen en proceskosten werden niet aan de zijde van belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.