ECLI:NL:HR:2001:AA9723
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bevoegdheid gemachtigde tot staken verzet tegen navorderingsaanslag vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 aanvankelijk een aanslag vermogensbelasting van nihil opgelegd. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd, die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd tot een aanslag gebaseerd op een vermogen van 230.000 gulden zonder verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.
In cassatie stond centraal of de gemachtigde van belanghebbende bevoegd was om namens hem het verzet tegen de navorderingsaanslag te staken. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht aannam dat de volmacht van de gemachtigde deze bevoegdheid omvatte, mede gelet op de inhoud van de volmacht en de gedragingen tijdens de zitting.
De Hoge Raad wees de klachten af die een andere interpretatie van de volmacht voorstonden en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd, conform artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de gemachtigde bevoegd was het verzet tegen de navorderingsaanslag te staken.