ECLI:NL:HR:2000:AA7234
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- H.A.M. Aaftink
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onjuiste kwalificatie en strafoplegging in diefstal en opiumwetzaak
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te Arnhem, waarbij de verdachte in hoger beroep was vrijgesproken van meerdere tenlasteleggingen, maar wel veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf voor verschillende feiten waaronder diefstal en overtredingen van de Opiumwet.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof het bewezenverklaarde feit van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten onjuist had gekwalificeerd als een overtreding van artikel 3, lid 1, onder B, van de Opiumwet, terwijl het feit viel onder lid 1, onder C. Tevens werd geoordeeld dat het Hof bij de strafoplegging ten onrechte geen rekening had gehouden met artikel 62 Sr Pro, waardoor de strafoplegging onjuist was.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het gebruik van een valse sleutel niet voldoende was bewezen, omdat het aansluiten van kabels na verbreking van de verzegeling niet als gebruik van een valse sleutel kan worden beschouwd. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit, de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde feit en de strafoplegging betreft.
De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof te Leeuwarden voor hernieuwde berechting en strafoplegging. Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 26 september 2000.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting en strafoplegging.