ECLI:NL:HR:2000:AA6512

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
35022
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • G.J. Zuurmond
  • A.G. Pos
  • D.H. Beukenhorst
  • C.B. Bavinck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WaterschapswetArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid waterschapsbelasting ondanks samenstelling voorlopige organen

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag ingezetenenomslag opgelegd door het waterschap De Zeeuwse Eilanden. Na bezwaar handhaafde het Dagelijks Bestuur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

In cassatie stelde belanghebbende dat de aanslag was opgelegd door een onbevoegd orgaan, omdat het voorlopige dagelijks bestuur en de voorlopige algemene vergadering niet volgens de Waterschapswet waren samengesteld. De voorlopige algemene vergadering was niet via verkiezingen tot stand gekomen en de leden hadden geen zittingsduur van vier jaar, maar korter volgens een overgangsregeling.

De Hoge Raad oordeelde dat het niet tot de taak van de rechter in belastingzaken behoort om de samenstelling van het orgaan dat de belastingverordening heeft vastgesteld te toetsen. Hierdoor konden de klachten over de samenstelling van de voorlopige organen niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 14 juli 2000 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag ingezetenenomslag 1996 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 35022
14 juli 2000
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 2 december 1998 betreffende na te melden aan hem voor het jaar 1996 opgelegde aanslag in de ingezetenenomslag van het waterschap De Zeeuwse Eilanden.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag ingezetenenomslag opgelegd ten bedrage van f 88,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van het Dagelijks Bestuur van het waterschap is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van het Dagelijks Bestuur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Dagelijks Bestuur heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie herhaalt belanghebbende zijn voor het Hof gehouden betoog dat de hem opgelegde aanslag is opgelegd door een daartoe onbevoegd orgaan en bovendien berust op een niet verbindende omslagverordening, aangezien het voorlopige dagelijks bestuur, namens welk orgaan de aanslag is vastgesteld, en de voorlopige algemene vergadering, die de omslagverordening heeft vastgesteld, daartoe niet bevoegd waren nu zij tot stand zijn gekomen in strijd met de bepalingen van de Waterschapswet. De voorlopige algemene vergadering is immers, aldus de klachten, in strijd met artikel 14 van Pro de Waterschapswet niet tot stand gekomen door verkiezingen en de leden ervan hadden, evenals de leden van het voorlopige dagelijks bestuur, geen zittingsduur van vier jaar, maar op grond van de overgangsregeling in het Reglement van het waterschap De Zeeuwse Eilanden is de voorlopige algemene vergadering gevormd door een aantal leden van de besturen van de fuserende waterschappen en was de zittingsduur van die leden korter dan vier jaar.
3.2. De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Het behoort niet tot de taak van de rechter in belastingzaken te beoordelen of het orgaan dat de belastingverordening krachtens zijn regelgevende bevoegdheid heeft uitgevaardigd, in dit geval de voorlopige algemene vergadering van het waterschap De Zeeuwse Eilanden, op de juiste wijze is samengesteld.
3.3. Op de in 3.2 vermelde grond kunnen de op de daar behandelde klachten voortbouwende klachten betreffende de samenstelling van het voorlopige dagelijks bestuur van het waterschap evenmin tot cassatie leiden.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 14 juli 2000 vastgesteld door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier P.E. Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.