ECLI:NL:HR:2000:AA6318
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing landbouwvrijstelling bij verkoop perceel met kans op niet-agrarisch gebruik
Belanghebbende, samen met zijn zonen exploitant van een landbouwmaatschap, verkocht in 1993 een perceel cultuurgrond voor ƒ 285.000,-- terwijl de agrarische waarde door de Belastingdienst op ƒ 190.000,-- werd vastgesteld. Tegelijkertijd kocht belanghebbende een ander perceel van dezelfde koper en bracht dit in de maatschap in.
Het Hof Arnhem oordeelde dat er een redelijke kans bestond dat het verkochte perceel buiten de landbouwsfeer zou worden aangewend, mede gelet op de ligging naast een kampeerbedrijf van familie van de koper en eerdere transacties waarbij grond snel werd doorverkocht aan familie. Het Hof concludeerde dat de verkoop aan C diende als omweg om de landbouwvrijstelling te verkrijgen en wees deze daarom af.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel als feitelijk en voldoende gemotiveerd, en verwerpt het cassatieberoep. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de landbouwvrijstelling niet van toepassing is op het verschil tussen verkoopprijs en agrarische waarde van het perceel.