ECLI:NL:HR:2000:AA6230
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Weigering inzage in vertrouwelijke correspondentie bij verzoek om rechtsbijstand
Verzoeker heeft tweemaal een verzoek ingediend voor gefinancierde rechtsbijstand bij de Raad voor Rechtsbijstand, welke geweigerd werd op basis van informatie van een derde. Verzoeker vroeg daarop inzage in het dossier, met name in de correspondentie van die derde. De Raad verstrekte een uitdraai van geregistreerde gegevens en kopieën van bankafschriften, maar weigerde inzage in de vertrouwelijke correspondentie.
De rechtbank wees het verzoek tot inzage af en het hof bekrachtigde deze beslissing. Het hof overwoog dat de correspondentie van de derde niet valt onder de Wet persoonsregistraties en dat het belang van verzoeker om inzage voor een aangifte van laster geen beschermd belang is onder deze wet. Tevens woog het hof het belang van de Raad en de derde bij vertrouwelijkheid zwaarder dan het belang van verzoeker.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van verzoeker. Het hof had geen onjuiste rechtsopvatting gegeven door te oordelen dat de informatie als relevant voor de Raad moest worden beschouwd, ook als die mogelijk onjuist was. Bovendien biedt de wet de rechter niet de mogelijkheid de stukken alleen in beslotenheid te bekijken. De belangenafweging van het hof was niet onjuist en het oordeel over feitelijke waarderingen is niet toetsbaar in cassatie.
De Hoge Raad veroordeelde verzoeker in de kosten van het geding en verwierp het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Raad voor Rechtsbijstand terecht inzage in vertrouwelijke correspondentie van derden heeft geweigerd.