ECLI:NL:HR:2000:AA6210
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Vrijheid winstbepaling melkveehouderij over gebroken boekjaar bevestigd
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een winstbepaling over het kalenderjaar. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd dit standpunt bevestigd. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende zijn winst mocht berekenen over een gebroken boekjaar, afwijkend van het kalenderjaar.
Het Hof oordeelde dat het bedrijf als landbouwbedrijf moest worden beschouwd en dat de winstbepaling over een afwijkend boekjaar niet gerechtvaardigd was, omdat geen wijziging in de bedrijfsvoering was gesteld die dit vereiste. De Hoge Raad stelt echter dat artikel 20 lid 1 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 dit wel toestaat, mits regelmatig wordt geboekt en de aard van de onderneming dit rechtvaardigt.
De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het Hof en de aanslag, vermindert de aanslag aanzienlijk en veroordeelt de Staatssecretaris en Inspecteur in de proceskosten. Hiermee wordt bevestigd dat melkveehouderijen hun winst over een gebroken boekjaar mogen bepalen, zonder dat bijzondere omstandigheden vereist zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en bevestigt dat belanghebbende zijn winst mag berekenen over een gebroken boekjaar.