ECLI:NL:HR:2000:AA5679
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag inkomstenbelasting 1993 na beroep
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 400.000,--. Na bezwaar van belanghebbende werd deze aanslag door de Inspecteur verminderd tot een aanslag gebaseerd op een belastbaar inkomen van f 440.520,--, waarvan een deel belast werd tegen het bijzondere tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verder verminderde tot een belastbaar inkomen van f 299.193,--, met een lager bedrag belast tegen het bijzondere tarief. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel geen aanleiding gaf tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling en verwierp het beroep zonder nadere motivering. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
Het arrest werd vastgesteld op 3 mei 2000 door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken. Hiermee bleef de vermindering van de aanslag zoals vastgesteld door het Hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1993 wordt verminderd tot het bedrag vastgesteld door het Hof.