ECLI:NL:HR:2000:AA5616
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanslag inkomstenbelasting wegens overschrijding termijn
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van f 60.352,--. Na bezwaar bij de Inspecteur, dat werd afgewezen, stelde belanghebbende beroep in bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Het beroepschrift was op 2 januari 1997 gedateerd, maar kwam volgens het dagstempel op 3 januari 1997 bij het Hof aan, terwijl de beroepstermijn op 2 januari 1997 eindigde.
Het Hof overwoog dat het beroepschrift als tijdig kon worden beschouwd indien het vóór het einde van de termijn ter post was bezorgd, maar het poststempel op 3 januari 1997 maakte dit niet aannemelijk. Belanghebbende stelde niet dat het beroepschrift eerder was gepost. In cassatie werd betoogd dat het beroepschrift wel tijdig was gepost, maar dit zou een feitelijk onderzoek vergen dat in cassatie niet mogelijk is.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht uitging van het vermoeden dat het beroepschrift op 3 januari 1997 ter post was bezorgd en dat het niet onbegrijpelijk was dat het Hof het beroepschrift als te laat beschouwde. De klachten faalden en het beroep werd verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1994 is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.