ECLI:NL:HR:2000:AA4618
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onrechtmatigheid voortijdige staking bij Douwe Egberts
De zaak betreft een geschil tussen Douwe Egberts en de vakbonden over een staking die voortkwam uit onrust over een mogelijke uitbesteding van distributieactiviteiten. Douwe Egberts vorderde in kort geding een verbod op het organiseren en ondersteunen van werkstakingen, wat door de President van de Rechtbank en het Gerechtshof werd toegewezen en bekrachtigd.
De Hoge Raad bevestigt dat de staking onder artikel 6 EVRM Pro valt en in principe gedoogd moet worden als een rechtmatige uitoefening van het grondrecht op collectief onderhandelen. Echter, een staking is slechts rechtmatig indien deze als uiterste middel wordt ingezet nadat andere middelen zijn uitgeput. De Hoge Raad oordeelt dat de staking in dit geval prematuur en voorbarig was omdat Douwe Egberts nog in een oriënterende fase was en een nadere studie en overleg had aangekondigd.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van de vakbonden af en veroordeelt hen in de proceskosten. Het incidentele beroep van Douwe Egberts behoeft geen behandeling. Hiermee wordt bevestigd dat de staking onrechtmatig was en het verbod op stakingen terecht is opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de staking onrechtmatig was omdat deze niet als uiterste middel werd ingezet en wijst het cassatieberoep van de vakbonden af.