ECLI:NL:HR:1999:AA3828
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Nietigheid boete opgelegd door Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector wegens strijd met Wet economische delicten
De Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector (SKV) vorderde betaling van een boete van ƒ 16.500,- van [verweerder], wegens het afleveren van vleeskalveren zonder kwaliteitscertificaat. SKV baseerde deze boete op haar Controle- en Sanctiereglement (CSR) en stelde dat de boete een privaatrechtelijke sanctie was.
[Verweerder] bestreed de vordering en stelde dat SKV als administratief orgaan handelde en dat de boete een strafrechtelijke sanctie betrof, wat strijdig is met artikel 5 van Pro de Wet economische delicten (WED). Zowel de rechtbank als het hof wezen de vordering af. Het hof oordeelde dat SKV als verlengstuk van de productschappen functioneerde en dat de boete een strafrechtelijke sanctie met punitief karakter was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat SKV niet rechtsgeldig een boete kan opleggen die een strafrechtelijke sanctie inhoudt, omdat dit in strijd is met artikel 5 WED Pro. De mate van vrijwilligheid van de aansluiting bij SKV was niet doorslaggevend, mede omdat aansluiting praktisch noodzakelijk was. Het beroep van SKV werd verworpen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat SKV de boete niet kan vorderen wegens strijd met artikel 5 Wet economische delicten.