ECLI:NL:HR:1999:AA3366
Hoge Raad
- Cassatie
- Neleman
- De Savornin Lohman
- Kop
- Heemserk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn bij verhaal kosten bijstand ex-echtgenote
De Gemeente verzocht de Rechtbank Amsterdam om aan de man op te leggen kosten van bijstand aan zijn ex-echtgenote te vergoeden, waaronder een bedrag van ƒ 47.802,84 en een maandelijkse vergoeding van ƒ 1.760,-- zolang de bijstand voortduurt. De man betwistte dit verzoek. De Rechtbank legde de man een maandelijkse betaling op vanaf 27 september 1995 en bepaalde dat indexering pas per 1 januari 1998 zou ingaan. De man ging in hoger beroep tegen deze beschikking, maar het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigde het vonnis op 2 juli 1998.
De man stelde vervolgens beroep in cassatie in, maar diende dit pas op 30 september 1998 in, terwijl de cassatietermijn twee maanden bedroeg vanaf de datum van het hofvonnis. De Advocaat-Generaal adviseerde de niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de man niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen vanwege het overschrijden van de cassatietermijn.
Hiermee werd het cassatieberoep afgewezen en bleef de beschikking van het hof in stand, waarmee de man verplicht blijft de kosten van bijstand aan zijn ex-echtgenote te vergoeden.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens overschrijding van de cassatietermijn.