ECLI:NL:PHR:1999:AA3366
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn bij verhaal bijstandskosten
De man, gescheiden van zijn vrouw, werd niet verplicht tot levensonderhoud, maar de gemeente stelde hem onderhoudsplichtig voor bijstandsuitkeringen aan zijn ex-vrouw. De gemeente stelde een verhaalsbedrag vast en vorderde betaling van gemaakte en toekomstige kosten van bijstand. De rechtbank bepaalde een maandelijkse betaling, en het hof bekrachtigde deze beschikking in hoger beroep.
De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieverzoekschrift te laat is ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van twee maanden die geldt vanaf de dagtekening van de eindbeschikking.
Op grond van de artikelen 429n lid 2 jo. 426 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die sinds 1 april 1995 van toepassing zijn op verzoeken tot verhaal van bijstandskosten ingediend vóór 1 januari 1996, moet het cassatieberoep binnen twee maanden na de eindbeschikking worden ingediend. De man voldoet hier niet aan, waardoor zijn beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.