ECLI:NL:HR:1999:AA2928
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aftrek geldboete als voorziening in vennootschapsbelasting 1991
Belanghebbende, een toeleveringsbedrijf voor de land- en tuinbouw, leverde tot en met 1991 het verboden ontsmettingsmiddel methylbromide. Zij werd in 1993 veroordeeld tot geldboetes wegens valsheid in geschrifte en ongeoorloofd gebruik van methylbromide, feiten die zich in 1991 voordeden.
In de vennootschapsbelastingaangifte over 1991 bracht belanghebbende een voorziening voor de geldboete in aftrek. Het Hof bevestigde echter dat er ultimo 1990 geen redelijke kans bestond op strafrechtelijke vervolging, waardoor aftrek van deze voorziening niet mogelijk was volgens artikel 8a, lid 1, onderdeel c, Wet IB.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk was en verwierp het cassatieberoep. Tevens werd geoordeeld dat de wetgever geen overgangsregeling wenste en dat het gelijkheidsbeginsel geen toepassing vond. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de voorziening voor de geldboete niet aftrekbaar is in de vennootschapsbelasting over 1991.