ECLI:NL:HR:1999:AA2900
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanslag vermogensbelasting en toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende werd voor het jaar 1995 een aanslag vermogensbelasting opgelegd over een binnenlands vermogen van 60.000 gulden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat de toepassing van de Wet op de vermogensbelasting onjuist was, met name omtrent de aftrek van hypothecaire schulden.
De Hoge Raad overwoog dat de beperking van aftrek tot hypothecaire schulden die rente en kosten in aanmerking brengen bij de bepaling van het binnenlandse onzuivere inkomen, consistent is met de Wet op de inkomstenbelasting en nationale regelingen ter voorkoming van dubbele belasting. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het EVRM faalde omdat de fiscale positie van binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen verschilt en er geen aanwijzingen waren voor een onrechtmatige afwijking in beleid.
De Hoge Raad concludeerde dat het beroep onvoldoende grond bood voor cassatie en wees het af. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag vermogensbelasting blijft gehandhaafd.