ECLI:NL:HR:1999:AA2899
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingaanslag en verwerpt internationale verdragsbepalingen als grond voor aftrek levensonderhoudskosten kinderen
Belanghebbende was gehuwd en had twee minderjarige kinderen in het huishouden. Voor het jaar 1994 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 95.603,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat aftrek voor noodzakelijke kosten van levensonderhoud van de kinderen op grond van internationale verdragsbepalingen moest worden toegestaan.
De Hoge Raad overwoog dat het draagkrachtbeginsel niet rechtstreeks voortvloeit uit bindende internationale verdragen en dat de Nederlandse wetgever niet verplicht is om het belastingstelsel hierop aan te passen. Ook werd geoordeeld dat de belastingheffing niet in strijd is met het discriminatieverbod of andere genoemde verdragsrechten. Verder werd het beroep op volledige aftrek van werkelijke arbeidskosten boven het forfait verworpen.
Ook de middelen die stelden dat inkomens van echtgenoten samengevoegd moesten worden en dat rente-inkomsten van de minst verdienende partner niet bij de ander belast mochten worden, werden verworpen. De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting over 1994 zonder aftrek voor kosten levensonderhoud kinderen.