ECLI:NL:HR:1999:AA2839
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt proceskostenveroordeling in vennootschapsbelastingzaak 1990
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1990 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van nihil, welke na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd bevestigd. De zaak betrof een voorlopige aanslag die door een invoerfout in de computer onjuist was vastgesteld, wat leidde tot een verzoek tot vermindering van de aanslag.
De Inspecteur blokkeerde de verwerking van de definitieve aanslag en nam de aanslag terug, waarna een bedrag werd terugbetaald aan belanghebbende. Het Hof oordeelde dat er geen definitieve aanslag was vastgesteld vóór 30 januari 1993, hetgeen belanghebbende ook niet mocht aannemen.
De Hoge Raad bevestigde dat het aanslagbiljet niet als vastgesteld kon worden beschouwd omdat de Inspecteur de totstandkoming had laten blokkeren. Ook oordeelde de Hoge Raad dat enkel handelingen van de Centrale Betalingsadministratie niet het vertrouwen kunnen wekken dat een aanslag is vastgesteld.
Het Hof had ten onrechte proceskostenveroordeling opgelegd op grond van samenhang met een andere zaak. De Hoge Raad vernietigde dit deel van het vonnis en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur tot vergoeding van de kosten van het cassatieberoep en het geding bij het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de proceskostenveroordeling van het Hof en veroordeelt de Staatssecretaris en Inspecteur tot vergoeding van kosten.