ECLI:NL:HR:1999:AA2809
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting na staking eenmanszaak
Belanghebbende, die een eenmanszaak dreef onder de naam B, werd aanvankelijk aangeslagen op een belastbaar inkomen van f 91.819,-- voor 1991. Na een boekenonderzoek legde de Inspecteur een navorderingsaanslag op met een belastbaar inkomen van f 160.689,-- en een verhoging van 100%, waarvan 50% werd kwijtgescholden. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde.
De Hoge Raad oordeelt dat de Inspecteur niet verplicht was een nader onderzoek in te stellen naar de staking van B op basis van het vragenformulier, maar dat de verklaring daarop wel een bijzondere omstandigheid vormt die nader onderzoek rechtvaardigt. Desondanks kan het cassatieberoep niet slagen omdat het Hof terecht heeft geoordeeld dat belanghebbende willens en wetens onjuiste informatie heeft verstrekt door geen aangifte te doen van de inbreng van B in een besloten vennootschap.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat de stakingswinst binnen zes maanden na staking moet zijn bedongen en dat het beroep op een resolutie van de Staatssecretaris niet slaagt. De Hoge Raad verwerpt het beroep en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de navorderingsaanslag wegens kwade trouw van belanghebbende.