ECLI:NL:HR:1999:AA2791
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen fraus legis bij renteaftrek ondanks fiscale eenheid en verliezen
In deze zaak betrof het een aanslag vennootschapsbelasting over 1988 opgelegd aan een besloten vennootschap (belanghebbende). Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Hof.
Belanghebbende had in 1982 aandelen verworven in een vennootschap die in eerdere jaren verliezen had geleden die nog niet waren verrekend. In 1987 werden vorderingen gecreëerd door dochtervennootschappen binnen de fiscale eenheid, die vervolgens werden ingebracht in de vennootschap. Over deze vorderingen werd rente verschuldigd.
Het Hof oordeelde dat de vorderingen kennelijk waren gecreëerd om renteaftrek binnen de fiscale eenheid mogelijk te maken, maar dat dit niet in strijd was met doel en strekking van de Wet, omdat de rente bij de schuldeiser tot belastbare winst behoorde, ook al werd deze gecompenseerd door verliezen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat er geen sprake was van fraus legis.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en wees het beroep af. Het arrest werd op 30 juni 1999 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de renteaftrek binnen de fiscale eenheid is toegestaan.