ECLI:NL:HR:1999:AA2768
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt invoer van schip uit Nederlandse Antillen voor omzetbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep van A.J. van der Kooy tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over een uitnodiging tot betaling van omzetbelasting door de Inspecteur van de Belastingdienst. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 7 mei 1997 en een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1999.
Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het binnenbrengen van een goed van herkomst uit de Nederlandse Antillen moet worden aangemerkt als binnenkomen in de Gemeenschap in de zin van artikel 7, lid 1, van de Zesde richtlijn betreffende omzetbelasting. De Hoge Raad past deze uitleg toe en stelt vast dat het binnenbrengen van het betreffende schip als invoer moet worden beschouwd volgens artikel 18, lid 1, onder a, van de Wet op de omzetbelasting 1968.
De middelen van cassatie worden afgewezen omdat zij niet kunnen leiden tot een andere uitkomst. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest is op 9 juni 1999 door de Hoge Raad vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het binnenbrengen van het schip uit de Nederlandse Antillen als invoer voor de omzetbelasting geldt.