ECLI:NL:HR:1998:AA2509

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 mei 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33344
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Van der Putt-Lauwers
  • Van Brunschot
  • Meij
  • Van Vliet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a ROArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag vennootschapsbelasting 1992 voor X B.V.

X B.V. kreeg voor het jaar 1992 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van f 868.465,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. X B.V. ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag heeft verminderd tot f 793.465,--.

X B.V. stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelt dat het middel dat zich subsidiair baseert op feiten die niet eerder bij het Hof aan de orde zijn gesteld, niet kan worden gehonoreerd omdat cassatie geen plaats biedt voor feitelijke beoordeling.

De overige middelen leiden niet tot cassatie en behoeven geen nadere motivering. De Hoge Raad wijst het beroep af en ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 6 mei 1998 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd gehandhaafd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 april 1997 betreffende de haar voor het jaar 1992 op gelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1992 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belast baar bedrag van f 868.465,--, welke aanslag, na daarte gen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep geko men bij het Hof, dat deze uitspraak heeft vernietigd en de aanslag heeft verminderd tot een aanslag naar een be lastbaar bedrag van f 793.465,--. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoog schrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie Middel I, subsidiair, berust op feiten, waarvan uit de uitspraak van het Hof en de stukken van het geding niet blijkt dat daarop ook reeds voor het Hof een beroep is gedaan, zodat daarop geen acht kan worden geslagen, omdat zulks een onderzoek van feitelijke aard zou vergen, waarvoor in cassatie geen plaats is. Ook voor het overige kunnen de middelen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a RO van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 6 mei 1998 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Putt-Lauwers, Van Brunschot, Meij en Van Vliet, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.