ECLI:NL:HR:1998:AA2407
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen vrijstelling omzetbelasting voor particuliere postdiensten en zegelverkoop
Belanghebbende exploiteerde een particuliere stadspostdienst en voerde beroep aan tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 1988-1991. De centrale vraag was of zijn activiteiten, waaronder verzending van geadresseerd drukwerk en verkoop van frankeerzegels, vrijgesteld konden worden van omzetbelasting op grond van artikel 11, lid 1, onder m, van de Wet op de omzetbelasting 1968, dat een vrijstelling verleent aan openbare postdiensten.
Het gerechtshof Arnhem oordeelde dat belanghebbendes activiteiten niet vergelijkbaar zijn met die van de PTT, de exclusieve concessiehouder met vervoersplicht, en wees de vrijstelling af. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat de vrijstelling is gekoppeld aan de wettelijke concessie en vervoersplicht van de PTT. De vrijstelling geldt niet voor particuliere postdiensten die geen dergelijke concessie en verplichting hebben.
Daarnaast werd geoordeeld dat de verkoop van frankeerzegels door particuliere postdiensten niet onder de vrijstelling valt. Hoewel de Zesde richtlijn mogelijk een ruimere vrijstelling kent, ontbreekt een dergelijke bepaling in de Nederlandse wetgeving. De Hoge Raad achtte geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en wees het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de vrijstelling omzetbelasting geldt niet voor particuliere postdiensten en zegelverkoop.