ECLI:NL:HR:1998:AA2388
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onjuiste aftrek voorbelasting softdrugs
Belanghebbende, exploitant van een coffeeshop, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1992-1993. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar. Het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de levering van softdrugs buiten de omzetbelasting viel, waardoor geen voorbelasting op deze leveringen aftrekbaar was.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad overwoog dat de leveringen van softdrugs weliswaar geen belastbare omzet vormen, maar dat de kosten waarop de voorbelasting drukt wel zijn gemaakt in het kader van de onderneming. Hierdoor is de voorbelasting volgens artikel 15, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968 aftrekbaar.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en de uitspraak van de Inspecteur, en bepaalde dat de naheffingsaanslag verminderd moet worden van ƒ8.766,-- naar ƒ1.748,--. Tevens werden proceskostenvergoedingen toegewezen aan belanghebbende. Hiermee werd de aanslag substantieel verminderd vanwege een onjuiste toepassing van de regels omtrent aftrek van voorbelasting.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is verminderd tot ƒ1.748,-- wegens onjuiste niet-aftrekbaarheid van voorbelasting op softdrugsleveringen.