ECLI:NL:HR:1998:AA2311

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33747
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • Stoffer
  • Zuurmond
  • Fleers
  • Pos
  • Beukenhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over aanslag inkomstenbelasting 1994 na bezwaar en beroep

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van 89.328 gulden. Na het maken van bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde.

Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad ontving het beroepschrift en het verweer van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien er geen rechtsvragen waren die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot geen proceskosten toe te wijzen en verwierp het beroep in cassatie. Het arrest werd op 7 oktober 1998 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Stoffer en raadsheren Zuurmond, Fleers, Pos en Beukenhorst, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Dekker-Barendse.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitspraak van het Gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 oktober 1997 betreffende de hem voor het jaar 1994 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 89.328,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof, beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechts ontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 7 oktober 1998 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Fleers, Pos en Beukenhorst in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Dekker-Barendse, en op die datum in het openbaar uitgesproken.