ECLI:NL:HR:1997:AA3330
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing zaak inzake betaling invoerrechten en accijnzen door X B.V.
X B.V. werd door de Inspecteur van de Belastingdienst uitgenodigd tot betaling van aanzienlijke bedragen aan invoerrechten, accijns, voorraadheffing en milieuhygiëneheffing over de jaren 1990 en 1991. Dit volgde op een onderzoek waarbij verschillen werden geconstateerd tussen de geregistreerde en werkelijke hoeveelheden opgeslagen vloeibare producten in haar fictieve douane- en accijnsentrepots. De Inspecteur verklaarde het bezwaar van X B.V. niet-ontvankelijk wegens te late indiening, maar verminderde de aanslag ambtshalve.
Het Hof vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring en handhaafde de vermindering van de aanslag. X B.V. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat X B.V. geen melding had gemaakt van aanvoerverschillen, terwijl uit de stukken bleek dat hierover discussie bestond tussen partijen. Dit vormde een motiveringsgebrek dat het arrest onhoudbaar maakte.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht van X B.V. moest vergoeden en in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.