ECLI:NL:HR:1997:AA3256
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over winst uit onderneming echtgenote in maatschap
Belanghebbende, een kweker, was samen met zijn echtgenote een maatschap aangegaan waarin zij ieder kapitaal en arbeid inbrachten en de winst na rente- en arbeidsvergoeding ieder voor de helft ontvingen. Voor het jaar 1990 werd de winst van de echtgenote door het hof niet als winst uit onderneming erkend.
De Hoge Raad oordeelt dat de echtgenote door haar deelname in de maatschap wel degelijk een onderneming drijft in de zin van artikel 6 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het hof had dit ten onrechte niet erkend. Tevens wordt overwogen dat terugwerkende kracht van de maatschapsovereenkomst alleen kan worden toegekend indien dit op zakelijke gronden berust.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. Tevens wordt bepaald dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed en dat de staatssecretaris in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.