ECLI:NL:HR:1997:AA3212
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting wegens juiste toepassing arbeidsplaatsbegrip
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 1990, die na bezwaar werd verminderd door de Inspecteur. Het Gerechtshof Leeuwarden vernietigde deze beslissing en stelde de aanslag verder naar beneden bij. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de kleine uitkeringen aan werknemers onvrijwillig waren gedaan, maar dat het hof onjuist had geoordeeld over de toepassing van het arbeidsplaatsbegrip. Volgens de Hoge Raad geldt de plaats R, waar werknemers eenmaal per week voor werkoverleg kwamen, als arbeidsplaats in de zin van artikel 8, lid 1, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990.
Hierdoor was het hof ten onrechte van oordeel dat de reis van woning via vestiging Q naar R en terug niet onder de regeling viel. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en de uitspraak van de Inspecteur en stelde de naheffingsaanslag vast op ƒ 1.519,--. Er werden geen proceskosten aan de Staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd tot ƒ 1.519,-- wegens correcte toepassing van het arbeidsplaatsbegrip.