ECLI:NL:HR:1997:AA3195
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over renteallocatie bij vaste inrichting en dubbele belastingvermijding
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake de vennootschapsbelasting over het boekjaar 1984/1985. Kern van het geschil was of rente over een rekening-courant tussen de vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk en het hoofdkantoor in Nederland bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting moest worden toegerekend aan de vaste inrichting.
Het Hof had geoordeeld dat rente die het kantoor in het Verenigd Koninkrijk aan het hoofdkantoor in rekening zou brengen, in aanmerking kan worden genomen, maar dat feitelijk geen rente was geboekt en daarom geen rentewinst aan de vaste inrichting kon worden toegerekend. De Hoge Raad bevestigde dat gelden die niet dienstbaar zijn aan de bedrijfsuitoefening van de vaste inrichting geen deel uitmaken van het vermogen van die vaste inrichting en dat rente die niet is geboekt niet als winst kan worden beschouwd.
Tegelijkertijd stelde de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende onderzoek had verricht naar de fictieve toerekening van rente op grond van de zelfstandigheidsfictie zoals neergelegd in het belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak terug voor nader feitelijk onderzoek en beoordeling.
De Hoge Raad wees ook op het belang van de boekhouding en het feit dat interne renteberekeningen tussen vaste inrichting en hoofdkantoor in beginsel zijn uitgesloten tenzij anders blijkt. De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de toepassing van het belastingverdrag, de zelfstandigheidsfictie en de fiscale behandeling van rekening-courantverhoudingen tussen vaste inrichting en hoofdkantoor.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af wegens onvoldoende grondslag voor de middelen, maar vernietigde het vonnis vanwege het ontbreken van nader onderzoek en verwees de zaak door. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de renteallocatie tussen vaste inrichting en hoofdkantoor.