ECLI:NL:HR:1997:AA2125
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over vervangingsreserve bij verkoop bedrijfspand binnen fiscale eenheid
Belanghebbende X B.V. had in 1992 de economische eigendom van een bedrijfspand verkocht aan haar directeur en enig aandeelhouder C, waarbij zij een boekwinst behaalde. Het pand werd vervolgens verhuurd aan haar dochtermaatschappij A B.V., waarmee zij een fiscale eenheid vormde. Het Hof Amsterdam had geoordeeld dat er sprake was van een voornemen tot vervanging van het pand door een ander beleggingspand, zodat de aanslag vennootschapsbelasting verminderd werd.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat vervanging slechts kan worden aangenomen indien het vervangende bedrijfsmiddel dezelfde economische functie binnen de onderneming vervult als het vervreemde bedrijfsmiddel. In casu vervulde het pand binnen de fiscale eenheid de functie van bedrijfspand in eigen gebruik, terwijl het voornemen bestond het te vervangen door een pand dat aan een derde zou worden verhuurd, wat een wezenlijk andere economische functie is.
Daarom was er geen sprake van een vervangingsvoornemen en kon geen vervangingsreserve worden gevormd. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde de aanslag van de Inspecteur. Tevens werden geen proceskosten aan de Staatssecretaris toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de aanslag vennootschapsbelasting 1992 omdat geen vervangingsvoornemen met dezelfde economische functie bestond.