ECLI:NL:HR:1998:AA2520
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Vervangingsreserve en fiscale eenheid bij verkoop en vervanging van trawlers door X B.V.
X B.V., exploitant van een rederij van visserijschepen, verkocht in het boekjaar 1988/1989 twee trawlers met een gerealiseerde boekwinst waarop een vervangingsreserve werd gevormd. In het daaropvolgende boekjaar huurde zij een nieuwgebouwde trawler van C B.V., waarvan zij later de aandelen verwierf en met ingang van 1 juni 1990 een fiscale eenheid vormde met C B.V.
De Inspecteur rekende de vervangingsreserve tot de winst, omdat volgens het Hof de vervanging pas plaatsvond bij de vorming van de fiscale eenheid. X B.V. stelde dat de vervangingsreserve gehandhaafd moest blijven omdat het vervangingsvoornemen bestond en de vervanging gerealiseerd was bij de fiscale eenheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het huren van het schip geen vervanging is, omdat huur geen eigendom is. De verwerving van aandelen in C B.V. bracht het schip niet in het vermogen van X B.V. en de economische functie veranderde niet. Pas met de fiscale eenheid werd het schip als bedrijfsmiddel van X B.V. beschouwd. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en mat de aanslag naar beneden aan.
Daarnaast wees de Hoge Raad op het belang van een juiste motivering en de toepassing van het vennootschapsrecht en fiscale eenheidsregels. Proceskosten werden aan X B.V. toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar bedrag van f 36.175.090.